Orkest excelleert met Russisch repertoire

donderdag 05 maart 2009 | 02:59 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 05 maart 2009 | 14:00

ENSCHEDE - Hoe groot is de commotie nu eigenlijk bij het Orkest van het Oosten? We weten het niet.

Feit is wel dat het orkest met het Russische programma zich van zijn beste kant liet zien. De Eerste Symfonie van Tsjaikovsky is een pareltje en werd ook zo uitgevoerd. Alle elementen waar Tsjaikovsky goed in was, zitten erin: mooie melodieën, sfeertekeningen en goede instrumentatie. Met het schrijven van deze symfonie wilde hij zich bewijzen na het voltooien van zijn late conservatoriumstudie. De strijkers speelden het tweede deel schitterend, vooral het gedeelte met de pizzicati in de bassen. Daar kon geen cd tegenop. De Russische dirigent Martin Panteleev, al vaker te gast bij het Orkest, dirigeerde deze symfonie uit het hoofd. Hij deed dat vol passie en hield steeds de touwtjes in handen. Door uit het hoofd te dirigeren maakte hij steeds contact met de musici.

Voor de pauze werd het Vijfde Pianoconcert van Rachmaninoff gespeeld. Van de symfonieën die hij naliet is de tweede de bekendste en deze werd door Alexander Warenberg omgewerkt tot dit Vijfde Pianoconcert. Het leek vreemd om aan een compositie van een pianist een piano toe te voegen. De scepsis vooraf werd groter toen bleek dat de man achter de Kruitvat-cd's de initiatiefnemer was.

Inderdaad, de Pianoconcerten van Rachmaninoff verkopen beter dan diens Symfonieën. Aan de andere kant is de arrangeur zeer bekend met de Russische pianoliteratuur en het zal de goedkeuring gehad moeten hebben van dirigent Panteleev. Warenberg was handig genoeg geweest om Rachmaninoff-achtige dingen toe te voegen, zoals de vele gebroken akkoorden in de piano. Veel thematiek werd echter nog door het orkest vertolkt, dat daarmee een dominante rol kreeg. De pianopartij was dan slechts omspeling en van minder belang. Op andere momenten, zoals tijdens de grote cadensen, nam de pianopartij het voortouw. Ook kreeg deze naarmate het stuk vorderde meer thematische inbreng. Het werk zweefde tussen symfonie en pianoconcert, waarmee ook de vorm verloren ging. Het orkest en vooral ook de jonge Russische soliste Anna Federova speelden desalniettemin prachtig en vol overtuiging. Federova kreeg een verdiend applaus en trakteerde het publiek nog op een kleintje Chopin. Graag hoor ik haar nog eens in een concert waar de piano wel de ruimte krijgt.

.